Fase 5 Inbedrijfstelling

Voor de opstart moeten verschillende tests en controles worden uitgevoerd. De opstart van een biogasinstallatie bestaat uit een technisch deel (enkele dagen) en een biologisch deel (enkele weken tot zes maanden, afhankelijk van de gebruikte biomassa).

Als eigenaar moet voor de opstart worden nagaan of alle verplichtingen van de vergunning zijn vervuld. Het volledige gassysteem moet worden getest op dichtheid, de veiligheidsapparatuur moet werken en alle documenten zoals handleidingen en veiligheidsprocedures moeten beschikbaar zijn, zowel voor de technische onderdelen als voor de hele biogasinstallatie.

De opstart van de biogasinstallatie moet altijd worden gedaan door het bedrijf dat de installatie heeft ontworpen en gebouwd. Tijdens deze opstartfase wordt de eigenaar samen met eventuele andere personeelsleden geïnformeerd over het beheren en het onderhouden van de biogasinstallatie.

Tabel: Organisatie voor het opstarten van een biogasinstallatie [KTBL 2013]

Opstart fase Specificaties en de bronnen van fouten
1 Uitwerken van een opstartschema in samenwerking met een deskundige Het starten van het proces  van een anaerobe vergister is uit biologisch, economisch en veiligheidsoogpunt een kritieke fase. De randvoorwaarden (substraat input, biologische activiteit en droge stof belasting van het entstof) van elke start zijn verschillend.
2 Vul 50-60% van de vergister met mest of fermentatieproduct, mogelijk verdund met water Het niveau moet hoog genoeg zijn zodat alle in- en uitstroomopeningen zijn afgedicht en er geen lucht in de vergister/gasopslag kan komen (explosieveiligheid). Een alternatief is het afdichten  van alle in- en uitstroomopeningen (geldt ook voor gasleidingen).
3 Langzame opwarming van de vergister tot de bedrijfstemperatuur
(max. 1°C/d)
De micro-organismen moeten zich kunnen aanpassen aan de stijgende temperaturen.
4 Enting van de vergister met vers digestaat: ongeveer 20% van de reactor inhoud genoemd bij stap 2 Fermentatie start met  het verhogen van de gasproductie en het CH4 gehalte. Het gas wordt afgevoerd via de overdrukbeveiliging. Aspecten van de explosieveiligheid moeten in acht worden genomen. Het biogas kan worden gebruikt in de WKK zodra het gas een CH4 gehalte heeft bereikt van meer dan 45%.
5 Voor het CH4 gehalten >50%: het eerste deel verse substraat voeden en gelijkmatig verhogen (wekelijks met ongeveer 0.3-0.4 kg oDS / (m³ ∙ dag)) Snelle toename van de belasting verhoogt het risico van instabiliteit in het biogasproces. Te langzame toename leidt tot economische verliezen door een vertraagde realisatie van vollast.
6 Procesanalyse is ten minste eenmaal per week nodig Maakt een aangepaste verhoging van de belasting mogelijk door de optredende instabiliteit.
7 Vergelijking van de verwachte en werkelijke resultaten van de analyse (substraat input, zuurtegraad, gasproductie en productie van elektriciteit) met het opstart schema Aanpassing van het substraattoevoer om aan het vooraf berekende vermogen te voldoen, zodat een economische exploitatie mogelijk is.

Terug naar overzicht

Van idee tot installatie

Download complete rapport

Handboek voor veehouders

Naar fase 6

Beheer & Onderhoud

Share This