Vergunningen

Een vergunning of ontheffing is een officiële (noodzakelijke) toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren. De wet kan bepalen dat iets verboden is zonder vergunning. De wet kan ook bepalen dat iets verboden is, met de mogelijkheid om een ontheffing van dat verbod te krijgen.

Bij het verkrijging van een vergunning voor een biogasinstallatie komt nog steeds veel wet- en regelgeving kijken. De InfoMil “handreiking (co-)vergisting van mest” en/of “handreiking mono-vergisting van mest” bevat richtlijnen (geen wet), die vaak worden gebruikt door de lokale overheden in de vergunningsprocedures voor biogasinstallaties. Om een biogasinstallatie te mogen bouwen is een omgevingsvergunning nodig, deze bevat vergunningen voor ruimtelijke ordening (bestemmingsplan), milieu, bouw, bescherming van water, ammoniak uitstoot enz.. Naast de omgevingsvergunning moet de installatie ook door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) erkend/gevalideerd worden voor het gebruik van dierlijke bijproducten. Afhankelijk van de bestemming van het digestaat (verspreiding op het land versus verwerking of export) gelden er strenge(re) voorschriften van de NVWA. Verder maakt (co-)vergisting van mest ook deel uit van de meststoffenwet, de meststoffenwet regelt onder meer welke cosubstraten kunnen worden gebruikt in het proces.

Omgevingsvergunning

Sinds 1 oktober 2010 is in Nederland de omgevingsvergunning ingevoerd ter vervanging van de verschillende vergunningen, onder andere de bouwvergunning, milieuvergunning, gebruiksvergunning, aanlegvergunning en de kapvergunning. De omgevingsvergunning is wettelijk geregeld met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze vergunning kan bij één loket bij de gemeente worden aangevraagd. Hiervoor gaat één procedure gelden waarop één besluit volgt. Voor beroep tegen dat besluit zal er één beroepsprocedure zijn.

Om een biogasinstallatie te mogen bouwen is een omgevingsvergunning nodig, deze bevat vergunningen voor ruimtelijke ordening (bestemmingsplan), milieu, bouw, bescherming van water, stikstof emissies, etc..

Voor de meeste boerderijschaal biogasinstallaties is de gemeente bevoegd gezag voor de vergunningsprocedure. Voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning moeten verschillende rapporten worden opgesteld, onderzoeken uitgevoerd, plattegronden en tekeningen worden gemaakt.

Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) vraagt het bevoegd gezag legekosten, deze zijn gekoppeld aan de totale bouwkosten.

Voor elke biogasinstallatie is een milieudeel een onderdeel van de omgevingsvergunning. Afhankelijk van de grootte en kenmerken van de installatie kan de milieudeel worden verkregen door te voldoen aan een gestandaardiseerde set met eisen die door de overheid in het activiteitbesluit is vastgelegd, of door het doorlopen van een uitgebreide procedure, waarbij de milieu impact van de installatie individueel wordt beoordeeld waarna er een aangepaste set met regels zal worden opgesteld.

Het bestemmingsplan of de huidige omgevingsvergunning bevat meestal al regels en voorschriften met betrekking tot geluid-, geur- en luchtemissies naar de omgeving. De overheid kan, tijdens de aanvraagprocedure, verzoeken om aanvullende onderzoeksresultaten over de bodemkwaliteit, geur-, geluid- en luchtemissies, waaruit blijkt dat de installatie binnen deze grenzen blijft of het milieu niet in betekenende mate belast.

Bovendien moet er rekening worden gehouden dat overheden (gemeente of provincie) mogelijk het gebruik van bepaalde chemische stoffen hebben verboden in grondwaterwinningsgebieden of grondwaterbeschermingsgebieden, en kan (en zal)  het bevoegd gezag bij het gebruik van deze stoffen meer regels en voorschriften aan de vergunning toevoegen.

Vergisting en het activiteitenbesluit, omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM)

Met ingang van 2016 zijn kleinschalige biogasinstallaties (< 25.000 ton per jaar, mono-mest maar inclusief biogasopwaardering en enkele technieken voor digestaat behandeling) in het activiteitenbesluit opgenomen. Dit betekend dat, zolang u kunt aantonen dat uw installatie voldoet aan de eisen van het activiteitenbesluit met de betreffende biogasinstallaties, een milieuvergunning kan worden verkregen met een melding activiteitenbesluit (een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) van 4 weken).

De volgende criteria zijn de belangrijkste verschillen tussen de beperkte en de uitgebreide procedure[1]:

  • Maximale capaciteit: 25.000 ton mest per jaar
  • Maximale toevoeging van cosubstraten: 0 ton per jaar
  • Maximaal 430 ppm H2S in biogas
  • Ten minste 50 meter tussen de gasopslag en kwetsbare objecten

Afgezien van de eisen in het activiteitenbesluit moet er ook aan de eisen van het bestemmingsplan worden voldaan.

Het activiteitenbesluit bevat ook biogas WKK motoren tot 2,5 MWth. De stikstofoxiden (NOx) in het rookgas moeten echter worden meegenomen in de totale stikstof uitstoot (en depositie op Natura2000) van het bedrijf (zie: andere voorschriften van de vergunning).

Via de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) kunt u:

  • Checken of een vergunning of melding nodig is,
  • Inzicht krijgen in milieuregels en maatregelen, en
  • Online een melding Activiteitenbesluit indienen.

Meer informatie over mono vergisting in het Activiteitenbesluit, zie de website van InfoMil.

Uitgebreide procedure milieu

Als de installatie niet overeenkomt met de eisen in het activiteitenbesluit, moet de uitgebreide procedure worden toegepast voor het milieudeel van de omgevingsvergunning. Deze procedure neemt maximaal 26 weken in beslag, waarvan 6 weken voor openbare ter inzagelegging voor buren en andere belanghebbenden. Als er tijdens deze  periode bezwaren van belanghebbenden worden voorgelegd, dan kan de procedure juridisch nogmaals verlengd worden met nog eens 6 weken. Voor deze uitgebreide procedure worden geen extra kosten in rekening gebracht door het bevoegd gezag. Met de uitgebreide procedure zal de milieu impact van de installatie individueel worden beoordeeld waarna er een aangepaste set met regels en voorschriften wordt opgesteld.

[1] Hoewel deze lijst  de belangrijkste opsomming bevat, is deze lijst niet uitputtend. Raadpleeg het activiteitenbesluit om ervoor te zorgen dat uw installatie voldoet aan alle criteria voor een omgevingsvergunning beperkte milieutoets.

De ruimtelijke ordening wordt geregeld in het bestemmingsplan. Het is afhankelijk van het huidige bestemmingsplan of een biogasinstallatie kan worden gerealiseerd op de locatie. De eerste stap in het plannen van een boerderijschaal biogasinstallatie is daarom het achterhalen of een biogasinstallatie is toegestaan in het bestemmingsplan waar het bedrijf onder valt. In het bestemmingsplan wordt beschreven wanneer en onder welke voorwaarden biogasinstallaties zijn toegestaan en, zo niet, beschrijft het bestemmingsplan of er (en welke) mogelijkheden er worden geboden om op de voorgeschreven regels te kunnen afwijken.

Omdat boerderijschaal biogasinstallaties meestal gebouwd worden op het bouwblok van een boerenbedrijf, zal de biogasinstallatie hoogstwaarschijnlijk worden gebouwd in het buitengebied van het bestemmingsplan, waarbij het bestemmingsplan mogelijkheden bied voor agrarische activiteiten. Hierbij is het van belang hoe “agrarische activiteiten” zijn omschreven in het bestemmingsplan en welke nevenactiviteiten er worden toegestaan. Boerderijschaal installaties voor vergisting, gebruik van biogas en digestaat/mestverwerking (die geen extra mest aanvoeren) worden meestal gezien als een agrarisch activiteit. Verder moet er rekening worden gehouden met het huidige bestemmingsplan en de huidige omgevingsvergunning, omdat deze de omvang van bouwwerken en bouwblokken van het bedrijf kunnen beperken.

Wanneer een biogasinstallatie niet is toegestaan, of de grootte van de installatie de grenzen van het bestemmingsplan overschrijd, zijn er twee mogelijkheden:

  1. Het bestemmingsplan bied al de mogelijkheid om af te wijken op de regels voor het realiseren van een biogasinstallatie, de procedure dan ook in het bestemmingsplan beschreven (binnenplanse afwijking).
  2. Het bestemmingsplan moet individueel worden veranderd voor het opnemen van een biogasinstallatie, een aanvraag voor een verandering van het plan kan 3 tot 4 maanden omvatten. Zoals eerder gezegd volgen de lokale autoriteiten de InfoMil “handreiking (co-) vergisting van mest” wanneer zij een verzoek ontvangen voor het toevoegen van een biogasinstallatie aan het “bestemmingsplan”.

Voor het afwijken op het bestemmingsplan worden vaak extra legekosten in rekening gebracht.

De bouwvergunning wordt verkregen met de reguliere procedure en duurt 4 weken. Het bevoegd gezag kan deze periode met een maximum van 6 weken verlengen. Wanneer de bouwvergunning is verkregen, kunnen de buren en andere belanghebbenden binnen 6 weken na publicatie bezwaar maken tegen de vergunning. De aanvraag voor het bouwdeel wordt met de omgevingsvergunning parallel aan het verkrijgen van het mileudeel gestart. Voor de bouwvergunning is het raadzaam dat de bouwer van de installatie bekend is, zodat ze input voor de bouwaanvraag kan leveren.

In het algemeen zullen constructies die in contact staan met mest moeten voldoen aan de regelingen voor mestbassins (“Richtlijnen Mestbassins 1992 (RM 1992)”) inzake de technische eisen voor materiaalsterkte van de materialen en stabiliteit van de constructie.

Als de uitstoot van stikstof op uw bedrijf depositie van stikstof veroorzaakt op een gevoelig natuurgebied (natura2000) dan kan uw bedrijf al een natuurbeschermingsvergunning hebben. In dit geval zullen, voor bijkomende emissies in elke vorm van stikstof, onderzoeksresultaten verstrekt moeten worden waaruit blijkt dat er  geen extra uitstoot op een gevoelig natuurgebied is, of dat de extra uitstoot wordt gecompenseerd met interne maatregelen. Dit betekent dat de emissie van stikstofoxiden (NOx) in de uitlaatgassen van een biogasketel of biogas WKK en depositie op gevoelige natuurgebieden moet worden gemodelleerd en verantwoord.

 

Overige vergunningen en regelgeving

Biogas en de meststoffenwet

Elk bedrijf dat mest levert of produceert is verplicht rekening te houden met de mineralen. Als er meer mest wordt geleverd aan, of geproduceerd op het bedrijf dan kan worden afgezet op de landbouwgrond of wordt geëxporteerd, zal een sanctie worden opgelegd. De gebruikte co-producten maken deel uit van deze mineralenhuishouding. Volgens de meststoffenwet kan digestaat (vergiste mest) van de vergister worden verspreid op landbouwgrond onder bepaalde voorwaarden:

  • Alleen mest wordt gefermenteerd in de vergister of,
  • De input van de vergister bestaat minimaal uit 50% mest en minder dan 50% van de producten opgesomd in Bijlage Aa, deel IV van de verordening “uitvoeringsregeling meststoffenwet”.

In alle andere gevallen wordt het digestaat geclassificeerd als afval.

Erkenning van EG 1069/2009

Mest is een dierlijk bijproduct. Voordat een mestvergister in gebruik mag worden genomen, moet de installatie, inclusief alle verbonden processen, erkend worden door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA stelt eisen en regels voor het gebruik van dierlijke bijproducten in een vergister met als doel de volksgezondheid te beschermen. Dierlijke bijproducten zijn producten van dierlijke oorsprong die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie. Er zijn drie categorieën dierlijke bijproducten:

Tabel: Categorieën dierlijke bijproducten zoals vastgesteld door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA)

Dierlijke bijproducten Definitie Voorbeelden van bijproducten Eliminatie route
Categorie 1 Kan de volksgezondheid ernstig in gevaar brengen Ruggenmerg, hersenen herkauwers Verbranding, sterilisatie onder druk, storten
Categorie 2 Kan een gevaar zijn voor de volksgezondheid Mest, residuen van diergeneesmiddelen Verbranding, vergisting, verspreiding op landbouwgrond
Categorie 3 Geen ernstig gevaar voor de gezondheid Keuken afval, voedsel afval Voedsel, vergisting, verbranding

De export van digestaat op de markt wordt gereguleerd door de eisen van de EU-verordening dierlijke bijproducten (EG 1069/2009 en EG 142/2011). Dit betekend dat NVWA ook eisen kan stellen aan de uitvoering en exploitatie van een vergister, wanneer dierlijke bijproducten worden vergist.

Er zijn grofweg drie vormen van erkenning:

  1. vergisting van categorie 2 materiaal,
  2. vergisting van categorie 3 materiaal en
  3. vergisting van een combinatie van producten uit beide categorieën. De

EU verordening stelt de volgende eisen voor het omzetten van dierlijke bijproducten in biogas;

  • voldoende afstand tussen de vergister(s) en het vee;
  • een strikte scheiding van de ingaande mest en digestaat om microbiologische besmetting te voorkomen;
  • faciliteit voor het reinigen en desinfecteren van voertuigen die mest leveren;
  • faciliteit voor het reinigen en desinfecteren van voertuigen die de installatie verlaten;
  • adequate opslag van verse mest welke zo snel mogelijk wordt verwerkt;
  • ongediertebestrijdingsprogramma aanwezig op de boerderij;
  • documenteren van uitgevoerde hygiëne controles;
  • reinigingsprotocol en reinigingsmiddelen is aanwezig op de boerderij;
  • aparte digestaatopslag die de preventie van herbesmetting van verse mest garandeert
  • goede procesbeschrijving en processchema aanwezig bij de installatie;
  • pasteurisatie installaties (indien van toepassing; zie volgende pagina) moet worden erkend;
  • een volledig ingediend Hazard Analysis and Critical Control Point (HACCP) plan als het verwerkte digestaat wordt verkocht.

Biogasinstallaties die het verwerkte digestaat willen verkopen (bijv. export) of bij het gebruik van speciale co-producten, moeten in aanvulling op de bovenstaande eisen ook voldoen aan de eis van pasteurisatie of validatie. De pasteurisatie-eis betekend dat de ingaande mest of het vergiste materiaal een warmtebehandeling moeten ondergaan. De standaardprocedure hiervoor is dat het materiaal op minimaal 70°C  wordt gebracht waarbij het materiaal ten minste één uur lang op temperatuur blijft.

Bij voorkeur gaat dit batchgewijs, telkens wordt een nieuwe hoeveelheid (batch) verhit, zodanig dat met zekerheid alle bacteriën en virussen in de biomassa is gedood. Maar de NVWA kan ook een doorstroomsysteem goedkeuren, met een theoretische verblijftijd (die op termijn door de NVWA moet worden goedgekeurd). Dit laatste kan minder energie intensief zijn dan pasteurisatie.

Een ander optie om erkenning te krijgen als u het verwerkte digestaat op de markt wil brengen is door het vergistingsproces te (laten) valideren. Bij validatie tijdens het vergistingsproces moet worden aangetoond dat dit net zo succesvol in het doden van bacteriën en virussen is als pasteurisatie. Om het proces gevalideerd te krijgen, moeten er monsters van de draaiende installatie genomen worden om te bewijzen dat er voldoende bacteriën en virussen worden gedood tijdens het vergistingsproces (of een ander proces). Voor de validatie van het proces is er voldoende kennis van de eigen installatie nodig zoals de retentietijd (gemiddelde tijd dat het biomassa in de reactor blijft), biologische processen in het systeem en monitoringssystemen.

Het is aan te raden om in een vroeg stadium contact op te nemen met de NVWA, zodat wijzigingen van de installatie als gevolg van regelgeving kunnen worden voorkomen.

Emissie-eisen

Emissie-eisen in Nederland

WKK motoren die worden gebruikt bij biogasinstallaties moeten ook voldoen aan de regels in het activiteitenbesluit, zoals hieronder weergegeven.

Tabel: Emissieniveaus voor boilers met een nominaal vermogen > 2.5 MWth

Parameter NOx SO2 Totaal fijnstof CxHy
Unit mg/Nm3 mg/Nm3 mg/Nm3 mg/Nm3
Biogas 340 200

 

Als de uitstoot van stikstof op uw bedrijf depositie veroorzaakt op een gevoelig natuurgebied (natura2000) dan kan uw bedrijf al een natnatuurbeschermingswetvergunning hebben. In dit geval zullen, voor bijkomende emissies in elke vorm van stikstof, onderzoeksresultaten verstrekt moeten worden waaruit blijkt dat er  geen extra depositie op Nautura2000 gebieden is, of dat de extra uitstoot wordt gecompenseerd. Dit betekend dat de stikstofoxiden (NOx) in de uitlaatgassen van een biogasketel of biogas WKK moten worden gemodelleerd en verantwoord.

Terug naar overzicht

Van idee tot installatie

Download complete rapport

Handboek voor veehouders

Terug

Fase 3 Realisatie

Share This